Ga naar de inhoud

Gedicht 12 De zotte Charlotte - Laurens Hoevenaren

Menu overslaan
Menu overslaan



De zotte Charlotte

Op kousenvoeten sluip ik naar het dagverblijf
-ook ’s nachts blijf ik gekleed als dame-
en zie het licht achter de tralieramen
dat alle zinsbegoocheling verdrijft.

Ik tel de dagen, schrijf ze in mijn waaier
met tekenen die niemand lezen kan of zal.
Mijn geest wordt alle dagen taaier
al voeren ze me gif en slachtafval.

Het enige bezoek is van mijn gouvernante.
Ik vraag haar steeds een jurk met diep decolleté;
ze brengt alleen borduurwerk voor me mee
en nooit een groet van oom en tante.

En als ik bij het weggaan vraag:
‘Was het een jongen of een meisje, leeft het nog?’
dan mompelt ze plots heel erg vaag
en zegt alleen: ‘Ach kindje toch.’


TOELICHTING

Het gedicht de Zotte Charlotte behaalde de gedeelde eerste prijs bij de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2014.
Dit gedicht werd door John Jansen van Galen en Ingmar Heytze voorgelezen en besproken in Met het Oog op Morgen (januari 2015).

Het gedicht verwijst naar Charlotte van België (1840 – 1927), die uiteindelijk vanwege ‘geestesziekte’ jarenlang tot aan haar dood was opgesloten.

Gedicht voorgedragen door INGMAR HEIJTZE: klik hier

foto: freepick
Laurens Hoevenaren - dichter en schrijver
Voor contact op button in menu klikken
Menu overslaan
Terug naar de inhoud