Ga naar de inhoud

Gedicht 13 Ongehoord - Laurens Hoevenaren

Menu overslaan
Menu overslaan

Ongehoord gezien

 
De echo herinnert zich de bron niet meer
geen tong die nog van visioenen spreekt
de keel een holle grot zonder voedster.

Uitgestrekte korstmosvelden
onnadrukkelijk verlaten
zwijgen in koperkleur en roest.

Geluid is uitgevallen
geen ondertiteling of aanwijzing
wat hier gehoord moest worden.

(applaus, marsmuziek, kinderstemmen)

Toch staat er een tolk op de vulkaan.
‘Uitgedoofd,’ zegt men, ‘want steen noch gebod
rolt hier uit woede of gewoonte de afgrond in.’

Maar waarom heft ze haar handen
boven haar hoofd, waarom
bewegen haar vingers

alsof ze iets doorgeeft?


TOELICHTING

Dit gedicht is geschreven naar aanleiding van het thema:
Stilte voor de storm (Deventer Dichters Café, februari 2026)






foto: pixabay
Laurens Hoevenaren - dichter en schrijver
Voor contact op button in menu klikken
Menu overslaan
Terug naar de inhoud