Ga naar de inhoud

Gedicht 17 De boom der wormen - Laurens Hoevenaren

Menu overslaan
Menu overslaan

De boom der wormen

Nooit laat de lintworm los, de parasiet
van zucht naar weten die je op elk moment
herinnert aan die eerste rijpe vrucht,
splitser van hoofd en onderbuik.

Want de bloedzuiger heeft twee dochters,
wetenschap en driften. Je wist niet
dat het zoetgedroomde kennissap zou gisten
en zich in smart vermeerderen.

Sindsdien hak je rotsen en distels vrij van aarde,
klauwend naar vruchtbare grond.
Maar elke nieuwe beet voedt de honger,
altijd tekort, niets voldoet
en nooit genoeg.

Zo schrok je de waan van goed en kwaad
naar binnen, alles, alles wordt geslikt
tot het moment waarop ontkiemend zaad
je keel verstikt omdat je geen tevredenheid
aanvaardde.



TOELICHTING

Dit gedicht is geschreven voor het Deventer Dichterscafé, juni 2026.
Het thema was “Verloksels”, ontleend aan de titel van een gedicht van
 
Het luidt als volgt:

Verloksels

Het mooie van plooien
Het vocht in de oksels
De paaiende kant
Van de hand en de pols
En iets hols
En wat spant.

Foto: schilderij Rijksmuseum - De Zondeval - gemaakt door Cornelis Cornelisz. van Haarlem 1592
Laurens Hoevenaren - dichter en schrijver
Voor contact op button in menu klikken
Menu overslaan
Terug naar de inhoud