Ga naar de inhoud

Gedicht 18 Haar allereerste herfst - Laurens Hoevenaren

Menu overslaan
Menu overslaan


TOELICHTING

Tijdens de maandelijkse bijeenkomst van het Deventer Dichterscafé droeg Laurens het gedicht “Haar allereerste herfst” voor. Het beschrijft hoe een twaalfjarig meisje in de jaren ’20 van de vorige eeuw vanuit Nederlands-Indië naar een internaat in Nederland wordt gestuurd.

Afbeelding: baboe Ida
 


Haar allereerste herfst

Toen ze vertrok uit Sabang huilde baboe Ida
harder dan de vrouw die zich haar moeder noemde.
Duivels dansten in het schuimspoor mee
tot ze – alleen - in Holland kwam.

Het was oktober, ze had nog nooit
het bladgoud van een herfst gezien
noch het skelet van bomen.
Ze was vertrouwd met nevel.  

Zusters van Liefde dreven de kostschool
met boete en gebed, ieder hartelijk woord
werd als een dode vleermuis vastgespijkerd.

Sindsdien wist ze niet meer
wie hoeders waren, wie de slopers. Alleen
dat liefde en gezag demonen kunnen zijn.  

Iedere week de wasbeurt in een teil,
het koude zeiltje om haar bibberende lijf
zodat de eigen naaktheid ook door haar
niet werd ontdekt.

Men gaf de hostie zo beschaafd en vroom
dat niemand durfde braken. Het saldo
van haar jeugd was weg en niemand,
niemand zou de schade dekken
die tijdens deze bruikleen was ontstaan.

Ze droomde van de dessa,
de kali, klanken van een gamelan,
verbeeldde zich dat baboe Ida
eeuwig over haar zou waken.

Laurens Hoevenaren - dichter en schrijver
Voor contact op button in menu klikken
Menu overslaan
Terug naar de inhoud