TOELICHTING
Tijdens de maandelijkse bijeenkomst van het Deventer Dichterscafé droeg Laurens het gedicht “Haar allereerste herfst” voor. Het beschrijft hoe een twaalfjarig meisje in de jaren ’20 van de vorige eeuw vanuit Nederlands-Indië naar een internaat in Nederland wordt gestuurd.
Afbeelding: baboe Ida
Haar allereerste herfstToen ze vertrok uit Sabang huilde baboe Idaharder dan de vrouw die zich haar moeder noemde.Duivels dansten in het schuimspoor meetot ze – alleen - in Holland kwam.Het was oktober, ze had nog nooithet bladgoud van een herfst geziennoch het skelet van bomen.Ze was vertrouwd met nevel.Zusters van Liefde dreven de kostschoolmet boete en gebed, ieder hartelijk woordwerd als een dode vleermuis vastgespijkerd.Sindsdien wist ze niet meerwie hoeders waren, wie de slopers. Alleendat liefde en gezag demonen kunnen zijn.Iedere week de wasbeurt in een teil,het koude zeiltje om haar bibberende lijfzodat de eigen naaktheid ook door haarniet werd ontdekt.Men gaf de hostie zo beschaafd en vroomdat niemand durfde braken. Het saldovan haar jeugd was weg en niemand,niemand zou de schade dekkendie tijdens deze bruikleen was ontstaan.Ze droomde van de dessa,de kali, klanken van een gamelan,verbeeldde zich dat baboe Idaeeuwig over haar zou waken.