Radio Kootwijk
De grijze klankschaal –art deco-
zwijgt als een sfinx die nooit meer zon verwacht,
in tongen spreekt, noch raadsels zendt.
Een crypte voor gestorven woorden, een kathedraal
zonder gelovigen of gebed.
Ooit wikkelden antennedraden
zich als koperen zwachtels
om familieleed.
Wat eens verbond is nu ontbonden.
De echo van verweesde ouders is versteend;
onwetend zijn vergeefse minnaressen
van inheemse lust en ziektes
van hun Jan.
Elf gulden per minuut.
Hij huilde bij het horen van hun stem
en stamelde wat onbeholpen woorden.
‘Is alles goed? Hoe is het weer?’
‘Ik mis je zo’ is immers theatraal
en al te vaak een leugen.
Ze zeiden hem dat vader ziek was, heel erg ziek
en dat de hond was overreden.
De buitenaardse vinger is voorgoed verstomd.
Geen vogel vliegt naar Bandoeng.
Geen vogel keert nog terug.
TOELICHTING
Dit gedicht is op een groot paneel afgedrukt en hangt in het hoofdgebouw van Radio Kootwijk.
In Radio Kootwijk was de zendapparatuur gehuisvest voor communicatie met o.a. Nederlands-Indië.
Koningin-moeder Emma opende de radiotelefoondienst (1929) met de woorden:
‘Hallo Bandoeng, hoort u mij?’